29 Maart


Vandaag, een jaar geleden, fietste ik onbevangen en blij door Barcelona waar we onze jongste zoon opzochten die daar woonde. D’echtgenoot maakte aan het begin van die dag toen we bij het strand waren, een foto. Ik leunde op het hek en realiseerde me dat dit moment in de tijd gevangen werd. De eerste lente zonnestralen werden gekoesterd, de winter leek voorbij. Wat later, fietsend door de stad voelde ik de wind in m’n haren en ik gooide als een blij, vrij kind m’n benen omhoog (voor zover dat lukt op een fiets..)
Genietend, kijkend, zoekend. Het was een bijzondere dag want op die fietsen konden we overal komen. In smalle steegjes en straatjes en natuurlijk ook op de Ramblas.
Dat weekend was onbezorgd en gelukkig. Het was fijn om de jongste in zijn eigen omgeving te zien en zijn vriendin te ontmoeten, samen te eten, verhalen vertellen en nieuwe, onschatbaar belangrijke herinneringen te maken.

De foto slingerde ik die dag op twitter want zoveel fijns moest gedeeld worden. Het is het afgelopen jaar mijn vastgemaakte tweet want ik heb het nodig gehad om die foto regelmatig terug te zien en de woorden te lezen. Een houvast (?) aan dat wat ooit was..?
Het bleek namelijk het laatste moment van onbezorgdheid te zijn. Het laatste moment van intense vrijheid. Ik heb het daarna niet meer mogen ervaren.

Ik had, door dat weekend, mijn afspraak om bij het bevolkingsonderzoek een mammografie te laten maken, verzet. Ik wist ook nog niet zeker of ik wel zou gaan, maar als ik de afspraak verzette, had ik nog wat meer tijd om er over na te denken. De rest is geschiedenis.
Hoe is het mogelijk, vraag ik me nog regelmatig af, dat omstandigheden zo plotseling kunnen keren en er dan ergens een domino effect ontstaat die als een centrifuge alle lucht uit je slaat. Het voelt als adembenemend.
Daar, op die foto, had ik al kanker. Dat weekend zijn de laatste foto’s gemaakt waarop ik mijn oude zelf nog zie. Op de foto’s die na de diagnose zijn gemaakt, herken ik mezelf bijna niet meer. Ik kijk er niet graag naar want ik zie een dikke deken liggen over m’n blik liggen.

We gaan verder. Vandaag is de eerste dag van de laatste dagen die het afgelopen jaar afsluiten. Dan is de jaar-cirkel rond.

Springveer

Omdat de deksel er maar sporadisch afgaat en er dan weer opgaat, blijven er veel te veel emoties en zaken liggen. Terwijl ik ze er onderhand graag eens uit wil gooien, maar hoe? Mijn overlevingspatroon werkt een snufje te goed merk ik en het lukt me niet om uit de constante alertheid en alarmfase te komen die al 11 maanden duurt nu.
Dus wat deed ik: ik maakte afgelopen week weer een afspraak bij mijn oude vertrouwde haptonoom waar ik 10 jaar geleden na mijn burn-out ook ben geweest. Hij vertelde en deed veel in dat uurtje, onder andere adviseerde hij me om maar eens wat op papier te gaan zetten, gewoon zodat de woorden eruit kunnen. Dus daar begon ik vanmiddag mee. Dezelfde nacht nadat ik bij hem was, werd ik wakker met een beeld. (zie tekening hieronder) Midden in de nacht ben ik niet zo helder dat ik meteen alles begrijp maar later op de dag realiseerde ik me dat dit is hoe ik me al bijna een jaar voel. Wat heftige gebeurtenissen met me doen en hoe ik daardoor uit contact ben geraakt met mijn lijf en ondertussen zwiept dat hoofd van me maar heen en weer. Ik ben een beelddenker en kan je vertellen dat ik er zelf om moet lachen als ik het voor me zie.
Nou goed, enfin, werk aan de winkel dus. We gaan ervoor.

Die alarmfase werd afgelopen week natuurlijk ook nog eens extra geactiveerd door dat Corona gedonder. Ik merkte dat ik erg onrustig werd van iedereen om me heen in social media, tv en nieuws dat we binnen moeten blijven, sociaal contact moeten verminderen tot het hoognodige en vooral op moeten letten. Eerst dacht ik: ‘Potverdorie, hoe ga ik dát nu weer doen?’ Totdat ik me even later realiseerde dat ik vanaf 17 april vorig jaar zo leef. Binnen blijven? Doe ik al een jaar zoveel mogelijk en het bevalt me prima. Binnen is het veilig. Sociale contacten vermijden? Joh, dat is heerlijk kan ik je vertellen, geen geleuter meer aan je hoofd over nietszeggende zaken, ik kan het iedereen aanraden en heb er inmiddels ruime ervaring in. Nergens meer naartoe? Eitje, geen cent te makken hier dus van het ‘ergens naartoe’ kan bijna geen sprake meer zijn. Eerder deze maand hebben we de auto van d’echtgenoot weggedaan en doen we het alleen met mijn autootje. Ik vind het helemaal goed. Wat fijn als ik straks moet zeggen: ik kijk even of ik jouw kant op kan komen en de auto vrij is, in plaats van overal naartoe vliegen omdat dit van me verwacht wordt omdat het nu eenmaal kan.

Wat me ook duidelijk wordt is dat we met z’n allen de wereld naar de gallemiezen aan het helpen zijn met onze onbedwingbare honger om overal naar toe te reizen, alles te willen kunnen doen, alles te willen kopen, volgen, achterna lopen, op de hoogte blijven. Het kon niet anders dan fout gaan. Zodat het hopelijk over een poosje weer goed kan gaan. En het kan zomaar zijn dat het ‘goed’ wat we natuurlijk zo snel mogelijk weer terug willen, een heel ander ‘goed’ zal zijn dan we tot nu toe gekend hebben. Ik kijk er enorm naar uit. De wereld is al een tijdje krankzinnig en dat wat er nu gebeurt, gebeurt precies op het juiste moment en is van grote betekenis.


Landen

Inmiddels woonden we gisteren een maand in ons nieuwe huis. D’echtgenoot roept dat ie al helemaal gewend is en hoe fijn het allemaal is. En echt, ik vind het ook fijn en wen ook al aardig maar ik loop nog niet te juichen. Bij mij werkt dat dus net wat anders. Maandag sprak ik een vriendin en toen realiseerde ik me dat dit huis zich eerst nog maar eens bewijzen moet.
Vorige week voelde ik totaal onverwacht gewoon fysieke pijn dat ik nooit meer in mijn oude huis zal wonen. Wanneer de kanker terug komt zal ik dat in dit (of een ander) huis moeten tackelen. Toen ik ziek werd heb ik zo vaak gedacht: wat fijn dat ik in dit huis, in dit bed ziek kan zijn. En, als ik met de hond wandelde, prees ik mezelf gelukkig dat ik over die stoep liep en ik de buren had die ik had. Ze boden me de veiligheid in mijn plots totaal onveilige omstandigheden.
Eind juni veranderde dat dus plots omdat we toen de beslissing namen om te verhuizen, maar tot die tijd en ook de rest van de zomer is dat huis mijn veilige haven geweest. En die veilige haven heb ik los moeten laten.

Dus ja, dit huis, deze buren moeten zich eerst maar eens bewijzen dat het hier net zo fijn en veilig gaat voelen.
Maar het begin ziet er hoopvol uit. Ik heb een geweldige spontane buurvrouw en de (oudere) buurvrouw die op de hoek woont is ook open, benaderbaar en belangstellend. We zwaaien al uitbundig als we langs elkaars huis lopen. Een eerste signaal dat de inburgering voorspoedig verloopt. 😉
Ook kwam ik al snel tijdens het wandelen met de hond een oude kennis tegen die ik ken van toen de kinderen op hockey zaten en de basisschool. Ook al een geweldig leuk en belangstellend mens die ( jawel) ook al uitbundig zwaait als ze met haar hond langs stiefelt. Maandag liepen we samen op met de honden en toen vroeg ze plotseling: Juultje, hoe gaat het met je?
Dan sta ik in eerste instantie nog steeds met mijn mond vol tanden omdat ‘hoe gaat het’ nogal een verhaal is, maar ik vertelde haar van mijn borstkanker voor ik er erg in had en dat ik hoop dat ik vanaf nu echt kan gaan herstellen. Nu is het niet zo dat ik een grote behoefte heb om dat ziekzijn de rest van mijn leven aan de grote klok te hangen, maar als er naar gevraagd wordt door iemand die echt belangstelling toont, dan noem ik het.

Dus ja: het gaat hier echt al goed. Maar het is en/en. En het erkennen van de pijn wat ik los heb gelaten (en dat is helemaal oké, maar het is wel loslaten van dat wat mij veiligheid bood) en het settelen in een nieuw, fijn huis in een fijne, groene buurt met ontelbare vogels.
Ik merkte vannacht trouwens dat ik nog niet echt durf te landen want ik heb geen idee hoe lang ik hier blijf wonen. Is dat 2 jaar, 5 of 10 jaar? Geen idee. En ook dát is dus lastig. Gatverdarrie zeg, wat een gedoe dat verhuizen en op je plek landen.
Het heeft nog wat tijd nodig.

Afscheid

Afgelopen week stond, net als de afgelopen 10 maanden, in het teken van loslaten.
Donderdag de 13de stond de overdracht van het huis op het programma. Al heel lang wist ik dat ik niet zomaar voor de laatste keer de deur achter me dicht wilde trekken, maar dat ik tijd moest nemen om afscheid te nemen. Dus toog ik dinsdagmiddag naar het huis en nam afscheid van iedere kamer. Dat kostte in mijn studeer/spreekkamer de meeste tijd. Logisch, in die kamer is nogal wat gebeurd. Daar heb ik gestudeerd, mijn eerste stappen gezet op het pad van therapeut, daar belde de oudste me om te zeggen dat hij kanker had en daar, op die stoel achter mijn bureau, hoorde ik diezelfde diagnose een paar jaar later. Bij gebrek aan stoelen, want verhuisd, ben ik op de grond gaan liggen en heb de tijd genomen om te voelen wat het met me deed. Tranen met tuiten en een ritueel later, kon ik het loslaten.
Toen de kringloop later die middag de laatste spullen had opgehaald, ben ik begin van de avond nog terug gegaan om afscheid van de woonkamer te nemen. Een lege woonkamer in het schemerdonker met zoveel herinneringen aan, vooral, het afgelopen jaar, waarna ik de voordeur langzaam in het slot liet vallen en 9,5 jaar afsloot.
Eenmaal thuis, ben ik vrijwel direct door naar bed gegaan omdat na het middagritueel een ouderwetse migraine de kop opstak en mijn vermoeden al wel bevestigde dat het een enorme impact op me had.

2 Dagen later was ik weer op de been en maar goed ook, want de overdracht stond op het programma. D’echtgenoot was ’s morgens om half 9 met de makelaar en kopers al in het huis voor de inspectie, opnemen meterstanden en ik sloot om half 10 aan bij de notaris. Ik trok het nl niet om met de kopers dat hele huis weer door te trekken en nog afspraken te maken over de schutting die op de valreep door de storm nog was omgewaaid.

En nu hebben we 1 huis en hopelijk veel minder zorgen en meer overzicht. Dit huis voelt steeds meer als thuis en steeds minder als een vakantiehuis waar ik een paar weken ben of als het klusproject waar nog van alles in moet. De schilderskwasten zijn van de aanrecht, de verfemmers zijn uit de badkamer. Alle dozen zijn uitgepakt en op een paar klusjes na is het hoe we het graag hebben willen.

Een nieuwe start. Wanneer ik de voordeur uit stap kan ik me verheugen op het kleine struikje in de tuin waaruit piepkleine blaadjes tevoorschijn komen en ik me afvraag hoe ie er uit komt te zien. Een hoopvol nieuw begin. Hoop ik.

Vervelen

Het is maandagochtend, een snufje voor koffietijd, en ik vraag me af wat ik eens zal gaan doen.
😳😳😳😳😳😳😳😳
Serieus?

Het oude huis is helemaal leeg en schoon, behalve de spullen die de kringloop morgen nog komt ophalen. Dan is het een kwestie van de dweil nog door de kamer en hal en zijn we echt klaar. Alle gordijnen zijn eraf, net als de gordijnrails, rolgordijnen, spijkers uit de muur, stof wat achter meubels vandaan kwam is opgezogen en d’echtgenoot heeft zelfs de badkamer nog gesopt.

En nu ligt de dag voor me. Vanavond pas een cliënt dus tijd zat zou je zeggen. Maar ja, de afgelopen 10 maanden heb ik die tijd doorgebracht met dingen die Heel Belangrijk waren en vooral Niet Ontspannend. Dus dat ik nu zomaar vanuit het niets een dag voor me heb liggen waarin ik iets Leuks en Relaxt kan gaan doen is een snufje onwennig.
Geen idee meer hoe dat eruit ziet.
Even dacht ik om een boek te pakken en te gaan lezen, maar zeg nou zelf: lezen op maandagmorgen is not done. In mijn onderbewustzijn is onrust omdat er vast wel ergens nog iets gedaan moet worden waar ik nu even geen zicht op heb omdat er nog zoveel andere dingen prioriteit hadden. Het zit nog zo in mijn systeem om in de hoogste versnelling door te gaan.
Dat terugschakelen wordt nog een hele klus.
Gelukkig zit de rest van de week wel lekker vol anders ga ik zo maar wennen aan ontspanning..

Nou dag weer, denk donderdagochtend aan me, dan is de overdracht van het huis.

Controle

Verhuisd of niet, het gewone leven gaat aan alle kanten door.
Dat betekende dat ik afgelopen woensdag mijn eerste controle bij de oncoloog chirurg had. In december was ik al bij de radiotherapeut geweest en nu dus naar de oncoloog.

Daar zat ik, op dezelfde poli in dezelfde wachtkamer met dezelfde stoelen en dezelfde kapstok. Er kwam een echtpaar bedrukt binnen en fluisterend spraken ze af en toe dingen die gezegd moesten worden. Ik realiseerde me dat ze pas net de uitslag had gekregen en dat die uitslag, net als bij mij, slecht was. Ik had de behoefte om te zeggen dat ze hier doorheen zou komen en dat alles uiteindelijk wel weer goed kan worden, maar ik besefte ook dat ik op die dag toen ik hier in april zat, er waarschijnlijk niets aan gehad zou hebben. Daarvoor was de paniek en de eerste draai in de rollercoaster te heftig.
Dus ik zweeg.

Even later zat ik weer tegenover de allervriendelijkste arts en hij vroeg hoe het ging. ‘Oh shit’, dacht ik, ‘goede vraag, hoe gáát het eigenlijk met me?’
Dus ik vertelde dat ik 17 april (de dag van de diagnose) ingeademd heb en afgelopen zaterdag weer uitgeademd. In die tussentiet is het één grote marathon geweest.

Enniewee.
Ik mocht weer uit de kleren en geconcentreerd voelde hij tot diep in mijn oksel, hals en nek en natuurlijk de jongedames. Alles werd in orde bevonden.
Er is niet zoveel wat ik zelf kan doen om volgende ellende te voorkomen, antwoordde hij op mijn vraag. Mocht ik een knobbeltje voelen dan is het natuurlijk een kwestie van bellen en komen, maar mijn tumor was geen knobbeltje… En verder moet ik opletten of ik geen bultjes voel in mijn oksel, nek en hals.
Juist ja.
Dat zijn dan uitzaaiingen…

Toen ik met de verwijzing voor chronische oedeemtherapie de deur uitliep, door de overvolle wachtkamer de gang op, merkte ik dat ik liep te trillen. Het dikke brok in mijn keel dapper weg slikkend stapte ik wankelend weer op de fiets om door de regen naar huis te fietsen.
Dit is het dus.
Mijn nieuwe realiteit die bestaat uit het van controle naar controle leven. De spanning of er onverwacht iets gevoeld of gezien wordt wat alle protocollen weer activeert en daar tussenin een normaal mens lijken waarbij je aan de buitenkant niets ziet. Terwijl álles anders is en zal blijven.

In juni krijg ik een oproep voor de eerste mammografie. Tot die tijd doe ik ‘gewoon’ of er niets aan de hand is en ga ik proberen mijn leven weer op te pakken.