Afscheid

Afgelopen week stond, net als de afgelopen 10 maanden, in het teken van loslaten.
Donderdag de 13de stond de overdracht van het huis op het programma. Al heel lang wist ik dat ik niet zomaar voor de laatste keer de deur achter me dicht wilde trekken, maar dat ik tijd moest nemen om afscheid te nemen. Dus toog ik dinsdagmiddag naar het huis en nam afscheid van iedere kamer. Dat kostte in mijn studeer/spreekkamer de meeste tijd. Logisch, in die kamer is nogal wat gebeurd. Daar heb ik gestudeerd, mijn eerste stappen gezet op het pad van therapeut, daar belde de oudste me om te zeggen dat hij kanker had en daar, op die stoel achter mijn bureau, hoorde ik diezelfde diagnose een paar jaar later. Bij gebrek aan stoelen, want verhuisd, ben ik op de grond gaan liggen en heb de tijd genomen om te voelen wat het met me deed. Tranen met tuiten en een ritueel later, kon ik het loslaten.
Toen de kringloop later die middag de laatste spullen had opgehaald, ben ik begin van de avond nog terug gegaan om afscheid van de woonkamer te nemen. Een lege woonkamer in het schemerdonker met zoveel herinneringen aan, vooral, het afgelopen jaar, waarna ik de voordeur langzaam in het slot liet vallen en 9,5 jaar afsloot.
Eenmaal thuis, ben ik vrijwel direct door naar bed gegaan omdat na het middagritueel een ouderwetse migraine de kop opstak en mijn vermoeden al wel bevestigde dat het een enorme impact op me had.

2 Dagen later was ik weer op de been en maar goed ook, want de overdracht stond op het programma. D’echtgenoot was ’s morgens om half 9 met de makelaar en kopers al in het huis voor de inspectie, opnemen meterstanden en ik sloot om half 10 aan bij de notaris. Ik trok het nl niet om met de kopers dat hele huis weer door te trekken en nog afspraken te maken over de schutting die op de valreep door de storm nog was omgewaaid.

En nu hebben we 1 huis en hopelijk veel minder zorgen en meer overzicht. Dit huis voelt steeds meer als thuis en steeds minder als een vakantiehuis waar ik een paar weken ben of als het klusproject waar nog van alles in moet. De schilderskwasten zijn van de aanrecht, de verfemmers zijn uit de badkamer. Alle dozen zijn uitgepakt en op een paar klusjes na is het hoe we het graag hebben willen.

Een nieuwe start. Wanneer ik de voordeur uit stap kan ik me verheugen op het kleine struikje in de tuin waaruit piepkleine blaadjes tevoorschijn komen en ik me afvraag hoe ie er uit komt te zien. Een hoopvol nieuw begin. Hoop ik.

Vervelen

Het is maandagochtend, een snufje voor koffietijd, en ik vraag me af wat ik eens zal gaan doen.
😳😳😳😳😳😳😳😳
Serieus?

Het oude huis is helemaal leeg en schoon, behalve de spullen die de kringloop morgen nog komt ophalen. Dan is het een kwestie van de dweil nog door de kamer en hal en zijn we echt klaar. Alle gordijnen zijn eraf, net als de gordijnrails, rolgordijnen, spijkers uit de muur, stof wat achter meubels vandaan kwam is opgezogen en d’echtgenoot heeft zelfs de badkamer nog gesopt.

En nu ligt de dag voor me. Vanavond pas een cliënt dus tijd zat zou je zeggen. Maar ja, de afgelopen 10 maanden heb ik die tijd doorgebracht met dingen die Heel Belangrijk waren en vooral Niet Ontspannend. Dus dat ik nu zomaar vanuit het niets een dag voor me heb liggen waarin ik iets Leuks en Relaxt kan gaan doen is een snufje onwennig.
Geen idee meer hoe dat eruit ziet.
Even dacht ik om een boek te pakken en te gaan lezen, maar zeg nou zelf: lezen op maandagmorgen is not done. In mijn onderbewustzijn is onrust omdat er vast wel ergens nog iets gedaan moet worden waar ik nu even geen zicht op heb omdat er nog zoveel andere dingen prioriteit hadden. Het zit nog zo in mijn systeem om in de hoogste versnelling door te gaan.
Dat terugschakelen wordt nog een hele klus.
Gelukkig zit de rest van de week wel lekker vol anders ga ik zo maar wennen aan ontspanning..

Nou dag weer, denk donderdagochtend aan me, dan is de overdracht van het huis.

Controle

Verhuisd of niet, het gewone leven gaat aan alle kanten door.
Dat betekende dat ik afgelopen woensdag mijn eerste controle bij de oncoloog chirurg had. In december was ik al bij de radiotherapeut geweest en nu dus naar de oncoloog.

Daar zat ik, op dezelfde poli in dezelfde wachtkamer met dezelfde stoelen en dezelfde kapstok. Er kwam een echtpaar bedrukt binnen en fluisterend spraken ze af en toe dingen die gezegd moesten worden. Ik realiseerde me dat ze pas net de uitslag had gekregen en dat die uitslag, net als bij mij, slecht was. Ik had de behoefte om te zeggen dat ze hier doorheen zou komen en dat alles uiteindelijk wel weer goed kan worden, maar ik besefte ook dat ik op die dag toen ik hier in april zat, er waarschijnlijk niets aan gehad zou hebben. Daarvoor was de paniek en de eerste draai in de rollercoaster te heftig.
Dus ik zweeg.

Even later zat ik weer tegenover de allervriendelijkste arts en hij vroeg hoe het ging. ‘Oh shit’, dacht ik, ‘goede vraag, hoe gáát het eigenlijk met me?’
Dus ik vertelde dat ik 17 april (de dag van de diagnose) ingeademd heb en afgelopen zaterdag weer uitgeademd. In die tussentiet is het één grote marathon geweest.

Enniewee.
Ik mocht weer uit de kleren en geconcentreerd voelde hij tot diep in mijn oksel, hals en nek en natuurlijk de jongedames. Alles werd in orde bevonden.
Er is niet zoveel wat ik zelf kan doen om volgende ellende te voorkomen, antwoordde hij op mijn vraag. Mocht ik een knobbeltje voelen dan is het natuurlijk een kwestie van bellen en komen, maar mijn tumor was geen knobbeltje… En verder moet ik opletten of ik geen bultjes voel in mijn oksel, nek en hals.
Juist ja.
Dat zijn dan uitzaaiingen…

Toen ik met de verwijzing voor chronische oedeemtherapie de deur uitliep, door de overvolle wachtkamer de gang op, merkte ik dat ik liep te trillen. Het dikke brok in mijn keel dapper weg slikkend stapte ik wankelend weer op de fiets om door de regen naar huis te fietsen.
Dit is het dus.
Mijn nieuwe realiteit die bestaat uit het van controle naar controle leven. De spanning of er onverwacht iets gevoeld of gezien wordt wat alle protocollen weer activeert en daar tussenin een normaal mens lijken waarbij je aan de buitenkant niets ziet. Terwijl álles anders is en zal blijven.

In juni krijg ik een oproep voor de eerste mammografie. Tot die tijd doe ik ‘gewoon’ of er niets aan de hand is en ga ik proberen mijn leven weer op te pakken.

Verhuisd

Ik zit op mijn oude bank in het nieuwe huis. Naast me ligt, ingepakt in een dekentje, De Snor uitbundig te snurken. Hij is zielstevreden dat, niet alleen zijn mand en hele verzameling speelgoed mee verhuisd is, maar dat ik dat ook ben.
Die verhuizing had nogal wat voeten in de aarde. Voor mij dan.
Ik stond zaterdag huilend op en was intens verdrietig. Toen d’echtgenoot dat probeerde te sussen, resulteerde dat in een paniekaanval en dat is een half uur voordat de verhuisploeg op de stoep zou staan, niet handig.
De mannen hadden er zin in en ik wist niet hoe snel ik daar weg moest komen. Dus de poezen gepakt en in hun reismandje gestopt (poezen passen dus niet dwars door de opening, merkten we) en in volle vaart richting de opgekalefaterde keet.
Toen een paar uur later de bus (en mannen) arriveerden, wilden ze eerst koffie. Maar: bank nog in de bus. Dus hoppetee, eerst alles uitladen totdat ze bij de bank konden, bank in de kamer en met z’n allen aan de koffie. Het leven is soms reuze eenvoudig..

Omdat we de afgelopen weken zelf al ontzettend veel verhuisd hadden – grote linnenkasten passen gedemonteerd prima in de auto – was het hele verhuizen zo gepiept. Ik geloof dat iedereen om 2 uur weer opgekrast was.
’s Avonds zaten we, alsof er niets gebeurd was, ontspannen Wie is de Mol te kijken. Echter, ander huis, andere straat, andere omgeving.
Ik vond en vind het nog steeds bizar en dat, terwijl ik al ongelofelijk vaak verhuisd ben. Dit is verreweg de meest heftige verhuizing.

Inmiddels zijn we bijna een week verder en het huis voelt goed. Dit kan echt ons plekje worden. Oké, we horen de buren plassen en dat is na vrijstaand wonen even wennen, maar ik erger me er niet aan.
We hebben trouwens tot nu toe prima buren. Aan de ene kant een man alleen en de andere kant een vrouw alleen. We hadden al een kerstkaart van haar en zaterdagmiddag stond ze op de stoep met een bakje. Nee, ze kwam niet binnen, riep ze enthousiast, dat kwam nog wel. En oh ja, nu herkende ze me ook van yoga.
Volgens mij hebben we het getroffen met onze buren.

Trouwens, de middag voor de verhuizing hadden we een enorm belangrijk gesprek waar we ons al weken enorm zorgen over maakten (zie vorig blogje) Dat gesprek verliep onverwacht enorm goed, waardoor in ieder geval díe zorgen wegvallen. Onze opluchting is niet te beschrijven groot. We kunnen weer slapen en doen dat dan ook vol overgave. Want wat zijn we moe.
Nu op naar 13 februari, de overdracht van het oude huis.

Controle en klussen

Dinsdag was mijn eerste controle sinds de behandelingen. De radiotherapeut is zo sensitief naar zijn patiënten dat hij vanuit Arnhem naar het plaatselijke ziekenhuis afreist om zijn patiënten te zien. Dát is zo fijn! Hij vroeg hoe het ging, knikte instemmend toen ik vertelde dat ik meteen bij het verschijnen van de oedeem actie heb ondernomen en begreep dat mijn vaatje energie helemaal leeg is.
Maar hij wilde ‘de boel’ ook even checken dus ik trok alles maar weer uit. Toen hij mijn nek, oksels en ook de goede borst uitgebreid controleerde schrok ik wel even en dacht: ‘Het zal je toch maar gebeuren dat hij nu iets voelt!’ Ik hield er geen rekening mee maar op dat moment besefte ik weer dat het ook zomaar terug kan komen. Net als tijdens het bevolkingsonderzoek: je houdt er niet echt rekening mee en als er dan toch iets gezien wordt, slaat de grond onder je voeten weg.
Afijn, alles was in orde en ik mag over een jaar nog een keer bij hem komen. Voor de rest van de controles ga ik naar de chirurg oncoloog. En dat zal in januari/februari zijn. In april of mei dan weer een mammografie – in het ziekenhuis ja. Voorlopig ben ik nog niet terug in de bus.

En dan de verhuizing.
Sinds 3 december zwaaien we driftig met kwastjes en behangetjes in de rondte en komt het huis er steeds mooier uit te zien. Zaterdag heb ik met de man van m’n vriendin 2 muren behangen met een ingewikkeld patroon en na 6 uur zat het er op. Toen kon ik ook nog amper lopen en ben meteen naar huis gegaan. Alwaar ik totaal instortte.
Kruipend de trap op naar boven en naar bed want ik kon niets meer en had overal pijn.
Het was de bedoeling dat ik zondag met d’echtgenoot nog wat banen van behang zou knippen zodat dat ‘hatseflats’ de muur op kan, maar ik had er de energie niet voor. Dinsdag voelde ik me pas weer een beetje beter.
Dat betekent dat ik nóg meer gas terug moet nemen.
Gisteren heb ik één muur op zolder geschilderd en dat was genoeg. Daarna ben ik, heel verstandig, naar huis gegaan en was de schade aan mijn lijf met een pijnstiller zo onder controle.
Alles wat ik doe, doe ik vanuit mijn reserve. Dat betekent dat de emmer na 1,5 uur dus leeg is. Het liefste zou ik een maand vakantie hebben en alleen maar slapen. Helaas zit dat er niet in. De verhuisklustyfusstress houd me in beweging.

Hulp

Er is 1 ding die d’echtgenoot en ik het afgelopen jaar echt geleerd hebben: hulp vragen.
Allebei zijn we ‘gezegend’ met een uitermate goed functionerend overlevingsmechanisme: zelf uitzoeken en oplossen. Maar toen een mega hoeveelheid problemen op ons bordje belandde, lukt dat niet zo goed meer. We verzopen nogal.
En dus riepen we ‘Help!’ en zetten voorzichtig de deur open om daadwerkelijk hulp te aanvaarden.
Gisteren sprak d’echtgenoot iemand die aangaf dat we alleen maar de verhuisdatum hoeven door te geven en een auto te huren, hij zou de mannetjes met sterke armen wel regelen. Ik zie mij met mijn oedeemarm namelijk geen wasmachine van zolder sjouwen. Zonder oedeemarm trouwens ook niet..

Uitgerekend deze maand moet ik mijn herregistratie regelen voor mijn praktijk. Dat is nogal een uitzoekerij waar ik gelukkig al mee begonnen ben. Ik belde net maar eens even met de administratie en gaf het één en ander aan en ze zei: ‘Weet je wat? We gaan dit samen uitzoeken, maak je voorál geen zorgen, het komt helemaal goed!’ Hoe fijn is dat?!
Niet, dát ik me zorgen maakte hoor, want die hele herregistratie kan me geen moer schelen als ik hem niet zou halen, maar het is wél fijn!
En het kan me niet schelen omdat ik net 8 jaar bikkelhard gestudeerd en gewerkt had om alles van de grond te krijgen, ik net in maart dacht ‘nú staat alles en draait alles lekker’ en ik vervolgens kanker kreeg.
Dus ik maak me geen illusies meer dat mijn harde werk lang resultaat mag hebben. Het gaat iedere dag in het leven weer over loslaten en nergens controle over hebben.

Ik heb inmiddels een appgroepje met mensen die vanaf morgen willen meehelpen met schilderen, behangen en schoonmaken dus ik hoop dat we daar ook nog wat hulp van krijgen. Én dat oudste zoon komt 2 weekenden om ook te helpen, de dochter duw ik een verfkwast in haar handen om haar eigen kamer te verven, kan ze meteen mooi oefenen voor haar eigen woonruimte straks.

Morgen de sleutel!