Voorlopige uitslag

Gisteren waren we bij de oncoloog. De mamacare verpleegkundige was er ook bij en na afloop hadden we met haar ook nog een gesprek.
Ik vroeg of ik het gesprek mocht opnemen en dat was geen enkel probleem. Fijn om thuis nog even terug te kunnen luisteren. Er is al wat duidelijk maar ook nog veel niet.
Zo weten we nu dat het gaat om een invasief lobulair carcinoom. Die zitten in de melkklieren en komt tussen de 10 en 20% voor bij borstkanker.
De tumor bestaat uit zacht weefsel, groeit grillig en is moeilijk af te bakenen van: hier begint ie en daar eindigt ie.
Dat betekent dat er eerst een aanvullende MRI gemaakt moet worden en dat gebeurt volgende week vrijdag.
Als de tumor – die nu al de helft groter bleek dan ze woensdag dachten – inderdaad die afmeting heeft, dan ga ik een traject in van operatie(s) en bestralingen. Is de tumor groter dan ben ik de Sjaak en moet ik aan de chemo.

4 Dagen na de MRI krijg ik de uitslag, de week daarna wordt mijn poortwachtersklier verwijderd in een dagopname en de week erop word ik geopereerd om de tumor te verwijderen. Maar: alleen als dus de grootte van de tumor klopt.
Het is nu niet zo dat ik uitga van bovenstaande want, toen ik vannacht wakker lag, kwam m’n intuïtie naar boven van het moment dat de arts redelijk luchtig vertelde waarom die MRI gemaakt moet worden en dat de tumor lastig af te bakenen is. Er haakte op dat moment iets in mij wat dus vannacht pas helder werd. De oncoloog kon de tumor zelf ook niet voelen in mijn borst. Daarbij blijk ik borsten te hebben met veel melkklieren dus Joost mag weten waar het nog meer zit of onderweg naar toe is.

In de tussentiet begint het in te dalen wat me overkomen is en hoe dat voelt. Als ik ’s avonds op bed lig voel ik iedere cel in mijn lichaam trillen en bewegen. Er zonder dat ik het wil lig ik in gedachten plots pruiken uit te zoeken en zie ik een drain met een zak eraan uit mijn borst hangen.
Alles is volop in beweging en er komen tientallen onderwerpen voor blogs voorbij. Dus wees voorbereid, er moet veel uit bij me en dan bedoel ik niet alleen die tumor. 🙂


Borstkanker

Ik belde de zoon in Barcelona en hij begon een enthousiast gesprek met me. Toen ik hem even aangehoord had, moest ik toch zeggen wat op m’n hart lag: ‘Zeg luister eens, niet schrikken maar ik heb een beetje borstkanker.’
Terwijl ik het zeg, realiseer ik me dat je niet ‘een beetje’ borstkanker kan hebben. Maar ‘een beetje’ maakt het misschien iets minder zwaar en komt hopelijk iets minder heftig binnen.
De stilte en het gesnif aan de andere kant van de lijn op duizenden kilometers afstand breken mijn moederhart in ontelbare stukken. Dit had ik mijn kinderen nooit, maar dan ook nooit willen vertellen.
En ik had het, op de dag af 5 maanden na het overlijden van m’n broer, ook mijn man, zus en vriendinnen niet willen vertellen. Hun reactie doet mij beseffen dat het best wel erg is maar kennelijk is er ergens een luikje bij me dicht gegaan vanaf het moment dat ik maandag door m’n huisarts gebeld werd:

De uitslag van het bevolkingsonderzoek bleek onduidelijk en ik moest zo snel mogelijk naar het ziekenhuis voor in ieder geval nog een foto. Dat was gisteren. Vriendin en zus die aandrongen met me mee te willen, had ik luchtig afgewimpeld dat het wel niet zo’n vaart zou lopen..
Na de 3 foto’s (welja) moest er een echo gemaakt worden. Op het moment dat de radioloog m’n oksel scande dacht ik: dit is serious shit want dat is de rode loper voor uitzaaiingen. Er werden maar liefst 3 biopten genomen. Toen de verpleegkundige me vertelde dat ik naar de mamapoli door moest voelde het nog wat serieuzer. Gelukkig bleek de mamacareverpleegkundige een oud collega van me, dus dat was fijn. Ik gaf nog aan volgende week eigenlijk geen tijd te hebben voor de oncoloog voor ’t geval de uitslag niet goed zou zijn maar gaf haar ook weer groot gelijk toen ze zei dat, bij een slechte uitslag, langer wachten veel te veel onrust zou geven.

Zij was ook degene die mijn wereld om 16.09 stil zette met de woorden: ‘Het spijt me ontzettend maar je hebt borstkanker.’ Mijn uitroep: ‘Nou ja zeg!’ bleef ergens tussen hemel en aarde hangen. Ik weet nu niet alleen hoe het voelt om te horen dat m’n kind kanker heeft, maar nu weet ik ook hoe het voelt als het mezelf overkomt.
Morgen naar de oncoloog en dan hoor ik welk type ik heb en welke behandeling daaraan gekoppeld ga worden.
Ik houd me vast aan het feit dat ik er ongelofelijk snel bij ben, de tumor klein is en de behandeling daardoor redelijkerwijs te overzien zal moeten zijn. Maar ja, eerst morgen maar afwachten.

Mooi rood is niet lelijk

Het begon zo leuk allemaal vandaag. D’echtgenoot zit nog immer in China dus dan moeten de dochter en ik er zelf wat van maken.
Nou, dát is gelukt..

De dochter had de afgelopen week al gevraagd of ik haar uitgroei wilde bijwerken. Welja, ik ben de beroerdste niet en het is normaal gesproken niet zo’n zenuwslopend werk. Dus vort met de geit.
Omdat ze gezegend is met heel veel haar en 1 pak haarverf amper voldoende is, had ik 2 verpakkingen tot m’n beschikking. Oh glorie!
Dochter ging zitten, kapmantel om en ik begon vol goede moed. Ze sputterde wat tegen toen ik haar verbood ondertussen met haar vader te appen maar zat toen stil. ‘Ach kijk, daar komt ons poelepatatje Hugo aan’ en die is standaard zielig (vindt ze) dus die moest op schoot.
Ik trok haar hoofd natuurlijk niet in een wiplash maar zei wel dat het nu afgelopen was, dat heen en weer bewegen.
Afijn. Klaar.
Verf zat er in, nu was het een kwestie van wachten.

Dochter stond op en tot mijn afgrijzen zaten er een paar forse vlekken op mijn WITTE eetkamer stoel! En met bordeauxrode verf is dat goed te zien, zeg maar. Terwijl ik liep te gofferen zag ik ook plots een rode vlek langskomen toen ik m’n haar naar achteren schudde. Ik stond binnen 0,3 seconden voor de spiegel met een inmiddels fris kleurende rode lok in mijn blonde haar. Aaaaaargh!
Onder de kraan ermee en de agressiefste shampoo erdoor die ik heb. Wat rest is nu een rode gloed in die lok die er hopelijk snel uittrekt.
Ondertussen is de generatie van de dochter niet meer voor één gat te vangen en had ze al gegoogled hoe je bordeauxrode verf van witte stoelen krijgt: met haarlak. Ze heeft de stoel schoon ge-haarlakt en alles is weer in orde.
En na het uitspoelen van haar haar loopt ze er weer mooi, fris en vooral róód bij.

Wat wil een mens nog meer….?


Ruis op de lijn

Ruim anderhalf jaar geleden kreeg ik 2 hoorapparaten omdat ik essentiële onderdelen van zinnen miste. Dat had ik in het begin nog niet eens zo vlot in de gaten. In tegendeel; ik verweet mijn omgeving dat ze soms rare woorden gebruikten waardoor de zinnen mij niet meer logisch leken en dat gebeurde dan weer als mijn hersenen de wegvallende woorden ook niet meer op een rijtje kregen.

Toen ik die toeters eenmaal had, wist ik niet wat me gebeurde. Ik hoorde álles weer. Fluitende vogeltjes, de bel, zacht uitgesproken woorden; het kwam allemaal weer binnen. Helaas kwamen ook alle harde geluiden binnen en ik merk dat ik steeds minder tegen harde geluiden kan zoals gesmak, auto’s die lawaai maken, brommers en luide muziek.

En laat ik nu sinds een paar maanden constant muziek horen! Zelfs als er geen muziek opstaat. Een hoge toon en geknisper vullen mijn oren op een onaangename manier. Wanneer ik m’n apparaten uit heb omdat ik moe ben of klaar met mijn werk komt er geen stilte maar krijgt het gepiep alle ruimte. Tinnitus. Het zal toch niet?!

Vanmorgen reed ik zonder al te veel hoop naar de winkel waar ik ze gekocht heb en daar konden ze, zoals ik al verwachtte, niet veel voor me doen. Wat ik wel kan doen is ’s nachts een zacht muziekje aanzetten die de toon van de tinnitus verbloemt. Dat vind ik op dit moment nog geen optie omdat d’echtgenoot naast me slaapt.
Wat ik er tegen kan doen, weet ik zo niet. Wel hoop ik dat het net zo spontaan verdwijnt zoals het gekomen is want aanhoudend geluid is vreselijk vermoeiend.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is ear-3971050_960_720.jpg

Weer thuis

Ze is weer terug hoor, uit dat verre Barcelona. Daar werd de zoon rijkelijk geknuffeld en ondervraagd, de schoondochter in mijn armen en meteen ook maar in mijn hart gesloten, menig cultuurhistorisch hoogtepuntje bekeken én zowaar geen last van zakkenrollers gehad!
Ik zag ze met die kraaienblik van me natuurlijk wel lopen – als je er even op let dan struikel je er bijna over, maar ze hadden bij mij geen schijn van kans.

Eerlijk gezegd was ik reuze blij dat ik weer thuis was. Ik heb de grond nog net niet gekust toen ik het vliegtuig uit kwam, maar het scheelde niet veel. Hoe leuk het ook was, het was ook veel. Heel veel. Veel te veel voor mij.
Ik was behoorlijk overprikkeld en totally uitgeput. Om te beginnen wonen er – wil het voor mij een beetje leuk blijven – ongeveer 1 miljoen mensen teveel daar. Overal zijn mensen en waar mensen zijn, is geluid. Heel veel en heel hard geluid. Grrrrrruwelijk voor mijn oren, zelfs zonder hoorapparaten.
Daarbij moest ik weer even wennen aan het feit dat d’echtgenoot er een handje van heeft om, als we samen weg zijn, alles uit te leggen en te benoemen. Alsof ik zelf geen ogen heb en logisch kan nadenken. En dat samen met ál dat geluid en lawaai dacht ik regelmatig: hou je giechel alsjeblieft dicht! En ik had wat ik altijd doe, als proef, nu eens niet mijn hoofdkussen meegenomen om op te slapen. Het kussen in het hotel was te hoog en te hard want ik heb er niet fijn op geslapen en moest aan de Ibuprofen om m’n schouders en nekpijn draaglijk te houden. Vanaf nu gaat altijd m’n kussen mee, dan maar minder kleding mee.

En nu ben ik dus weer thuis. Ik heb er 2 dagen over gedaan om te ontprikkelen en mezelf weer een beetje terug te vinden. Vandaag voel ik me weer senang en in staat tot enig nut.
Dus: Barcelona was leuk maar ik ga er niet meer naar toe, tenzij ik er voor familiebezoek echt niet onderuit kan. Laat mij maar hier, tussen de rivieren, bossen en weilanden m’n ding doen. Blogjes schrijven of leuke gesprekken voeren enzo.

Oppassen geblazen

Ik ben, al zeg ik het zelf, nogal bijdehand en zit boven op zaken om op die manier erger te voorkomen. Zoals bijvoorbeeld het waarschuwen van mijn blagen toen ze jonger waren en naïef, onervaren en vol vertrouwen in de goedheid van de medemens, stedentrips gingen ondernemen naar warme landen en mooie steden.
Op die momenten pakte ik er nog een moederlijke taak bij op en waarschuwde ze dat er hele bendes zijn die met minder goede bedoelingen ook naar dat soort warme, aangename streken afreisden met een ferm: ‘Pas op voor zakkenrollers!’ De zonen keken me dan meewarig aan en riepen verveeld dat het vast niet zo’n vaart zou lopen. Inmiddels is deze kreet op de familie app favoriet.
Het is hen gelukkig nog niet overkomen dat ze er achterkwamen dat paspoort en geld plots uit zakken verdwenen waren en uiteraard *kuch* komt dat door mijn goede raad en hun oplettendheid (al noem ik het laatste eigenlijk vooral geluk).

Zondag had ik mijn jongste aan de telefoon. Hij woont en werkt nu ruim een jaar in het indrukwekkende Barcelona en weet inmiddels hoe de zaken ervoor staan met het gespuis dat zakkenrollers heet. ‘Ja’, zo zei hij chill, afgelopen week had ie er nog eentje net op tijd betrapt die in hem een potentieel doelwit zag en afgeserveerd met een ferm: ‘Don’t touch me!’ Ik glom van trots. Deze ontspannen, niet oplettende zoon van me heeft sinds mijn eerste ‘Pas op voor zakkenrollers!’ het één en ander bijgeleerd.

Eens kijken of ik dat de komende dagen ook kan, want we gaan bij hem op bezoek. Barcelona verkennen en vooral genieten dat we hem weer even zien. Kennismaken met zijn vriendin uit een exotisch land waar ik enorm benieuwd naar ben natuurlijk. En als ik dan ook nog met al m’n geld en paspoort weer terug kom, is mijn weekend geslaagd!

Juffrouw Juultje

Welkom lieve lezers!
Wat een leuk nieuw begin lijkt me dit.
Overpeinzingen en bespiegelingen vanuit het hart van juffrouw Juultje die, diep van binnen, op een zigeunerinnetje lijkt en veel meer ziet en voelt dan je op het eerste gezicht zou denken.
Eens kijken of het me nog lukt om dat op het digitale papier te krijgen..